Moerasgeur in een steenkoolmijn?

Tekening door Gustave Lavalette van één van de Iguanodons die in Bernissart, België, in 1878 werden gevonden. Merk de houding op die een verstikkingsdood typeert. (Wikimedia commons, publiek domein)

In 1878 werden op een diepte van meer dan 300 meter, in de steenkoolmijn van Bernissart in Henegouwen (België) enkele complete skeletten van iguanodons gevonden. Ze werden Iguanodon bernissartensis genoemd, en werden gedateerd op zo’n 125 miljoen jaar, uit het Onder-Krijt. Naast die skeletten werden ook overblijfselen van vissen, krokodillen en schildpadden, amfibieën en heel wat planten gevonden. Maar er waren nog enkele andere opmerkelijke waarnemingen.

In het voorjaar van 1878 stuitten mijnwerkers op een opvulling van een karstpijp, die later de Cran aux Iguanodons werd genoemd. De situatie ziet er ongeveer zo uit:

Figuur: PePeFe (Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0)

Alles boven de steenkoollagen, tot de karstpijp met de Iguanodons toe, werd geplaatst in het Onder-Krijt. Dus ruim “125 miljoen jaar” oud. Op wikipedia lezen we dat deze opvulling bestond uit “bruinkoolhoudende klei”, “steenkoolpuin”, “schalie” en “steenkoolhoudende zandsteen,” en bovendien verspreidde de opvulling “een sterke moerasgeur.”

Een sterke moerasgeur? Uiterst frappant. Een moerasgeur ontstaat door rottend plantenmateriaal, en we kennen moerasgeur van veengebieden of een stilstaande plas in een bos, waar veel plantenafval in gevallen is. Maar een moerasgeur op 300 meter diepte, in een laag die 125 miljoen jaar oud zou zijn? Dat hou je toch voor onmogelijk? Bovendien werd in die laag, waarin de iguanodons werden gevonden, bruinkool gevonden. Dit is een variant van steenkool, maar met een mindere compressie. Eigenlijk is het gewoon turf dat wat meer werd samengedrukt.

Bovendien worden in bruinkoollagen soms resten niet-vergaan hout gevonden, zoals in turf. Dat wijst op een zeer geringe ouderdom. Turf kan men vinden onder de kleilagen in de polders, maar uiteraard ook in nog bestaande veengebieden, wat wijst op zeer recente ouderdom. Vaak vond ik stukken aangespoelde turf op het strand – in de periode dat ik vaak het strand afschuimde – met herkenbare zaden, bladeren en stukken hout in. Bruinkool wordt al direct gedateerd op miljoenen jaren (vnl. het “Tertiair”, dus van “na de dinosauriërs”), terwijl er in essentie niet zoveel verschil is met turf (vnl. aanwezigheid van intacte, niet-vergane resten hout, en dat het verbrokkelt bij opdroging).

(Een leuk weetje: wetenschappers van het Max-Plack Instituut in Duitsland waren in 2006 in staat om op één dag tijd van recent plantenmateriaal middels ‘hydrothermale carbonisatie’ iets te produceren dat op bruin- of steenkool leek. Deze bevinding, die werd gepubliceerd in een wetenschappelijk artikel, zorgde toen voor heel wat media-aandacht… )

Afbeelding door Gustave Lavelette – juli 1882 (Wikimedia commons, publiek domein).

De skeletten van de iguanodons werden (net als de overige skeletten van de andere diersoorten) als bijna complete en intacte skeletten teruggevonden, wat wil zeggen dat de laag waarin ze zitten in één ogenblik moet zijn afgezet. De skeletten zaten vast in die Krijt-laag, en zijn compleet én gearticuleerd, en soms -door verschuiving van het nog zachte sediment – anatomisch uit hun positie verschoven, dus kunnen ze niet vóór de afzetting van die laag reeds ‘omgekomen’ zijn door bijvoorbeeld verdrinking in een veronderstelde moerasput, of doordat ze stierven op een soort ‘dinosauriërkerkhof’, of doordat ze stierven door uitdroging rond een uitgedroogde drinkplaats… Er werden in het verleden verschillende theorieën bedacht over hoe deze dieren aan hun einde zouden kunnen zijn gekomen en hoe deze geologische formatie is ontstaan, maar geen enkele biedt een afdoende verklaring.

En nog meer bijzonder is dat sommige skeletten op hun rug werden gevonden en een gekromde nek hebben, wat wijst op een snelle dood door verstikking. Er werden tevens hier en daar huidafdrukken gevonden en in 1898 werd in een verslag zelfs gewag gemaakt van mogelijke resten van zacht dinosauriërweefsel! De dieren werden wellicht levend vermengd met het sediment, en de karstopvulling of inzakking zal tijdens of zeer snel na de vorming van deze tientallen meters dikke laag laag zijn gebeurd, toen het sediment nog zacht was, en de afzetting van de laag nog bezig was. Bij één van de skeletten van de iguanodons werd bijvoorbeeld een fossiele afdruk van een vis gevonden aan de voorpoot…

Hier ziet men dat de Krijtlagen boven de laag waarin de iguanodons werden gevonden een evenwijdig afzettingspatroon vertonen met de lagen van het Carboon. De inzakking van van die karstpijp kan dus niet na de afzetting van al die Krijtlagen zijn gebeurd, en moet TIJDENS de afzetting van de laag met de iguanodons zijn gebeurd. (Wikimedia commons – publiek domein)

De enige fatsoenlijke verklaring voor deze vondst is een grote catastrofe, een zéér grote catastrofe die in staat is om enorme hoeveelheden sediment te verplaatsen, en ik ken er maar één die dit mogelijk kan gemaakt hebben én een verklaring biedt voor alle andere “anomalieën”…

Een gedachte over “Moerasgeur in een steenkoolmijn?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s