De problematische geologie van de opaalkust (update)

In mijn boek ‘De evolutietheorie ontkracht‘ heb ik, in het hoofdstuk over de geologische problemen, het ook over de problemen aan de opaalkust, meer bepaald Sangatte – Cap-Blanc-Nez. De geologie toont daar namelijk een voor de wetenschap onverklaarbare anomalie. Maar eigenlijk is de geologie van de hele opaalkust uitermate problematisch.

Dit is een voorstelling van de kustlijn van Sangatte tot Audresselles, in vooraanzicht (vanaf de zee gezien):

De geologische kaart van deze streek toont aan dat de ondergrond en dus de kliffen vanaf Sangatte tot ongeveer halverwege Pleistocene kleiafzettingen zijn, met silex, en dat de kliffen vanaf halverwege tot aan Cap Blanc Nez en verder uit het Krijt zouden dateren, meer bepaald Turoniaan (ca 90 milj. jaar oud).

Het probleem is dat de kaart een lijn toont, alsof er geen overgang zou bestaan tussen de kleiafzetting en het krijt. Wat ze ook vergeten te vermelden is dat er in de klei (klei-leem) nodulen of klompen krijt voorkomen en dat de klei vermengd is met kalk (dus een soort kalkhoudende klei of leem).

Hier zien we twee stukken van dat bruine zogenaamde “Pleistocene” materiaal. Het is klei vermengd met kalk of krijt, en we kunnen heel mooi kleine noduletjes isoleren uit dit materiaal. Dit zijn mooie afgeronde bolletjes of klompjes zacht krijt.
Hier kunnen we, in het zogenaamde pleistocene materiaal, mooi zien dat er krijt in aanwezig is. Dit wordt niet vermeld op de geologische kaart van het BRGM.

Bovendien is het niet zo dat er een rechte afsnede is en dat beide delen van elkaar gescheiden zouden zijn. De lagen lopen namelijk door. Op onderstaande foto’s is dat zeer duidelijk te zien:

 

Een perfecte overgang, het loopt gewoon door! En niemand kan dat ontkennen! Links zou pleistoceen zijn, rechts begint het Krijt, dit materiaal zou zogezegd met een tijdspanne van 90 miljoen jaar verschil zijn afgezet en toch: dat loopt gewoon over in elkaar!

 

Bovenaan deze Krijtrotsen is het materiaal zeer zacht, onderaan is het vrij hard.

Dit wil zeggen dat de geologie er eigenlijk zo uit ziet, iets dat voor de ‘oude-aarde-geologen’ uiteraard “onmogelijk” is:

In Audresselles dan, zouden de gesteentelagen van het Jura dateren (ca 150 miljoen jaar oud). De rotsen die men op het strand tegenkomt zijn keihard, en doen heel sterk denken aan blauwe hardsteen of arduin (dat zogezegd in het Siluur, zo’n 400 miljoen jaar geleden, zou zijn afgezet).

Hier zien we oesters en anders schelpmateriaal in een keiharde rots in Audresselles.

Maar wat valt op: als we iets hoger in de stratigrafie kijken, dan is datzelfde materiaal met diezelfde schelpen in, zeer zacht. Het is gewoon klei:

Op deze foto zien we mooi de geologie die begint in Audresselles en gaat richting Cap Griz Nez. Bovenaan zien we zeer zacht materiaal: klei. Als we naar onder gaan, blijft dit zacht materiaal aanwezig, pas als we helemaal onderaan komen, waar het materiaal overgaat van donkergrijs naar lichtgrijs, wordt het hard. Door de druk is het materiaal vanaf daar zeer hard geworden: het heeft dezelfde kenmerken als arduin (hardheid, kleur, en aanwezigheid van schelpjes enz.).
Links zien we het uiterst zacht materiaal, een soort klei, met daarin schelpjes. Linksonder kun je zo’n losgepeuterd schelpje zien. In het midden zien we iets harder materiaal, maar nog steeds dezelfde kleur. Rechts zien we het zelfde materiaal met dezelfde schelpjes in dat keihard geworden is.
Hier zie we nogmaals zeer goed de overgang: kijk naar de klomp materiaal in het midden van deze foto. Bovenaan is het materiaal zoals klei, onderaan is het zo hard als arduin. Maar het bevat hetzelfde materiaal en het is dus even oud.

Het materiaal in Audresselles dat keihard is, is dus niet hard omdat het miljoenen jaren oud zou zijn, maar gewoon door de druk en de compressie de aard van het materiaal. De bruine kleilagen doen overigens veel denken aan de klei die we in Sangatte zien, met dat verschil dat het geen kalk bevat.

Naast al deze opmerkelijke verschijnselen kunnen we ons nog de vraag stellen: waarom ligt de laag van het Pleistoceen niet bovenop de laag van het Krijt? En waarom ligt er op de laag van het Jura geen laag van het Krijt? Waarom is de laag van het Krijt die bovenop de laag van het Jura in Audresselles lag, weg geërodeerd, en is de Krijtlaag in Cap Blanc Nez blijven bestaan? En waarom loopt de laag van het Pleistoceen gewoon door in die van het Krijt? Waarom liggen die lagen eigenlijk gewoon allemaal naast elkaar, in plaats van bovenop elkaar?

Het antwoord is zeer simpel:

Het Krijt is bovenaan zacht, onderaan door de druk, uitgehard. De klei of de leem van het Jura is bovenaan zacht, onderaan, door de druk, uitgehard. Indien het materiaal van het Jura werkelijk van het Jura zou zijn, en ooit onder een laag van het Krijt zou hebben gelegen, dan zou die laag van boven tot beneden keihard moeten zijn, en zou de gelaagdheid bovendien schuin moeten zijn – terwijl die daarentegen horizontaal is. Dit toont aan dat deze lagen nog niet zo lang geleden allemaal tegelijk werden afgezet tijdens een grote ramp waarbij veel water aan te pas moet zijn gekomen.

In onderstaande video toon ik ook deze anomalieën en toon ik ook enkele “levende fossielen” die ik daar vond:

 

Een gedachte over “De problematische geologie van de opaalkust (update)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s