Maak uw eigen ‘Tuin van het Carboon’

Ikzelf ben onlangs begonnen met een project in het kader van een didactische ‘pop-up’ tentoonstelling die ik heb gemaakt rond ‘Evolutietheorie ontkracht’: het samenstellen van een ‘Tuin van het Carboon’. En ieder die dit wil kan dit zelf ook. Je kunt natuurlijk ook een ‘Tuin van het Jura’ maken (of een: ‘Jurassic garden’), en dan gewoon wat coniferen en een gingko (en evt. een cycaspalm) toevoegen aan de planten. Best is om ze in potten te houden, zodat ze verplaatsbaar zijn. Ideaal voor evangelisatiedoeleinden (geen miljoenen jaren evolutie en uitsterving: wel schepping).

Alle planten – varens, paardenstaarten, mossen, wolfsklauwen,… die als fossiel in het Carboon (ca. 300 miljoen jaar geleden) worden gedateerd, worden vandaag als uitgestorven beschouwd. De hele flora van het Carboon zou zijn verdwenen. Maar dat is natuurlijk een ‘wetenschappelijke leugen’ van formaat, net zoals uiteraard de hele “evolutietheorie” met alles dat daarbij hoort, zoals de “miljoenen jaren”. De meeste fossiele varens en paardenstaarten zijn vandaag nog steeds te vinden in onze streken. Andere planten zijn elders te vinden, en eventueel te koop in de handel. Als u er wat geld voor over hebt, kunt u ook die planten (zoals een boomvaren) in uw collectie toevoegen. Eventueel is het handig om de foto van het overeenkomend fossiel af te drukken en bij de desbetreffende plant te tonen.

Maar de meeste zijn gewoon in de natuur te vinden. Om een plant in uw nabijheid te vinden kan men gebruik maken van waarnemingen.be of waarnemingen.nl. Gewoon de plant invoeren in de zoekfunctie, en dan zoeken in uw provincie.

1.Koningsvaren

+Neuropteris regalis (Carboon, Frankrijk).
Koningsvaren (Osmunda regalis). Dubbelgeveerde bladeren kunnen tot 3 meter lang worden. Wereldwijd: zowel in Europa, N-Amerika als Azië, tot zelfs in de tropische gebieden van Midden- en Zuid-Amerika.

2. Dubbelloof

Pecopteris sp. Enkelvoudig geveerd blad. (Carboon, N-Amerika). Ca. 20 cm lang.
Dubbelloof (Blechnum spicant). Zowel in Europa en Noord-Amerika als Azië. Enkelvoudig geveerde bladeren tot 50 cm.

3. Heermoes

Asterophyllites sp. (Carboon, N-Amerika).
Heermoes of akkerpaardenstaart (Equisetum arvense). 10-90 cm hoog. Komt voor op heel het noordelijk halfrond.

4. Reuzenpaardenstaart

Calamites sp. (Carboon, N-Amerika). Stengel ca. 1,5 cm dik.
Reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia). Wordt tot 1,8 meter hoog. Stengel ca. 1 tot 1,5 cm dik. Platgedrukt 1,5 à 2 cm. Noordelijk halfrond.

5. Wijfjesvaren

Sphenopteris sp. (Carboon, Frankrijk). Driedubbel geveerd.
Wijfjesvaren (Athyrium felix-femina). Driedubbel geveerd. Heel het noordelijk halfrond.

6. Struisvaren

Pecopteris sp. (Carboon, België). Dubbbelvoudig geveerd. Bladrand effen.
Stuisvaren (Matteuccia struthiopteris). Europa en Azië. 35 – 150 cm. Bladeren dubbel geveerd, effen bladrand.

7. Mannetjesvaren

Sphenopteris sp. (Carboon, Frankrijk). Dubbel geveerd, bladrand getand.
Mannetjesvaren (Dryopteris felix-mas). Dubbel geveerd, getande bladrand. Heel het noordelijk halfrond.

8. Boomvaren

Pecopteris sp. (Carboon, N-Amerika).
Boomvaren Dicksonia sp. (Zuid-Amerika, Oceanië).
Boomvaren (Dicksonia sp.). Zuid-Amerika en Oceanië.
Boomvaren (Dicksonia sp.). Zuid-Amerika en Oceanië.

Wij weten uiteraard dat deze fossielen géén miljoenen jaren oud zijn, maar maximaal een paar duizend jaar oud zijn.

De bewering dat de meeste fossiele “uitgestorven” varens ‘zaadvarens’ (letterlijk van wikipedia: “veel op varens gelijkende uitgestorven planten“) waren, in tegenstelling tot de sporenvarens van nu, is niet enkel een flagrante leugen, maar spreekt zelfs hun eigen theorie tegen: sporen zijn volgens hen “primitiever” dan zaden, maar zaden waren er volgens hen het eerst en zouden dan zijn verdwenen in het Perm. En van sporenvarens zouden we bijna geen fossielen vinden? Quatsch! Bij veel varens heb je onvruchtbare bladeren zonder sporenhoopjes, en vruchtbare bladeren die slechts een kort moment in de zomer verschijnen, en die ofwel er hetzelfde uitzien als de onvruchtbare bladeren, maar dan met sporenhoopjes (zoals wijfjesvaren, mannetjesvaren), ofwel er totaal anders uitzien (eerder stengels, zoals bvb. bij koningsvaren, struisvaren).

Maar omdat enkele ‘paleontologen’ bij een paar fossielen van varens die gedateerd werden in het Carboon, dingen hebben gevonden die op zaden geleken (en die wellicht ook zaden waren), zijn ze ervan uitgegaan dat die zaden bij die varens hoorden, terwijl dat niet zo was. Die zaden waren afkomstig van zaadplanten die in de nabijheid van die varens groeiden. Maar dat is een ‘no-go’ voor de evolutionisten. Andere zaadplanten bestonden toen nog niet volgens de evolutietheorie. Dus wat verzinnen ze dan? Zaadvormende “op varens gelijkende uitgestorven planten”…

De hele paleontologie, en dus de evolutietheorie is gewoon één grote opeenstapeling van leugens. Leugens om toch maar niet te moeten toegeven dat God bestaat; dat er een eeuwig leven is; dat de Schepping recent was, en dat de Zondvloed – de straf van God voor de goddelozen van die tijd – écht was. En dat Jezus Christus – het vleesgeworden Woord van God – is gekomen om ons te verlossen van onze zonden, opdat we niet om onze zonden veroordeeld zouden moeten worden, op voorwaarde dat we in Hem geloven en berouw hebben.

2 Comments on “Maak uw eigen ‘Tuin van het Carboon’

  1. Dag Michaël,

    Ik ben blij nog iets van je te ontvangen. Ik ga het grondig lezen en zeker enkele regels commentaar op geven.

    Groetjes en succes

    Leo

    Op do 17 mrt. 2022 om 12:34 schreef De evolutietheorie ontkracht :

    > Michaël Dekee posted: ” Ikzelf ben onlangs begonnen met een project in het > kader van een didactische ‘pop-up’ tentoonstelling die ik heb gemaakt rond > ‘Evolutietheorie ontkracht’: het samenstellen van een ‘Tuin van het > Carboon’. En ieder die dit wil kan dit zelf ook. Je kunt” >

    Like

  2. Dag Michaël,

    Goed dat je er ons aan herinnert dat zo gezegde miljoenenjaren oude gefossiliseerde planten én diersoorten waarvan men dacht dat ze uitgestorven waren (o.a. De coelacanth) nu nog leven. Iedereen kan zich vergissen, maar het is meer dan een vergissing: dat er zoveel creaties ‘miljoenenjaren’ nagenoeg onveranderd gebleven zijn, doet me de wenkbrauwen fronsen. Hun biotoop en natuurlijke vijanden zijn die dan ook dezelfde gebleven, of hoefden ze zich daaraan niet aan te passen? En stellen dat hun biotoop en natuurlijke vijanden nagenoeg geen verandering hebben gekend, is geen antwoord, integendeel, want hoe zit het dan op hun beurt met zich aan te passen aan datgene waaraan ze afhankelijk zijn?
    https://bible-science.info/boek-schepping-of-evolutie/Fossielen

    Ah! In onderstaande link belooft men me hét antwoord: ‘Dit artikel laat een zevental spectaculaire voorbeelden van deze levende fossielen voorbijkomen en sluit af met een hoofdstuk over waarom levende fossielen überhaupt bestaan.’
    Nu ben ik beestig nieuwsgierig, en als het antwoord steek houdt, zal ik me daar sportief bij neerleggen. We lezen regel per regel, waarbij ik met niet meer dan mijn gezond verstand (ik ben geen natuurkundige) in schuine tekst iedere keer een reactie geef.
    https://www.nemokennislink.nl/publicaties/levende-fossielen/
    Waarom overleven de genoemde groepen de tanden des tijds? Zijn deze soorten sterker of beter aangepast aan hun omgeving? — Beter aangepast aan hun omgeving? Precies dat maakt hen bijzonder kwetsbaar gezien de afhankelijkheid van die omgeving. Waar staan ze immers als die omgeving verandert of wegvalt? Of bestaan er onveranderlijke omgevingen? Zo ja, dan zijn we terug bij de vraag: hoe kan die omgeving, bestaande uit plant en diersoorten, onveranderlijk zijn?– Charles Darwin dacht dat levende fossielen in omgevingen leefden waar ze weinig concurrentie aantroffen. Dat kan inderdaad verklaren waarom het ene dier (plant) zich vlugger of minder vlug moest evolueren, maar meer ook niet. Weer andere levende fossielen leven in omgevingen die niet tot nauwelijks leefbaar zijn voor hun vijanden, de zogenaamde predatoren. — Predatoren (roofdieren) hebben minder inderdaad (geen) natuurlijke vijanden en dus minder concurrentie, maar wil dat zeggen dat levende fossielen bij uitstek predatoren zijn? En vergeet niet dat roofdieren even afhankelijk zijn van hun biotoop als planteneters en in dezelfde mate met overdraagbare ernstige ziektes te kampen hebben, ook voor hen was en is het aanpassen geblazen. — De stromatolieten zijn een goed voorbeeld. — Van wat?
    Eén van de beroemdste paleontologen ooit, George Gaylord Simpson, dacht er anders over: levende fossielen waren generalisten, wat betekent dat ze heel goed in staat waren om in veel verschillende omgevingen te leven. Bij een veranderd klimaat hadden deze soorten dus veel minder moeite te overleven. — Ah, een beroemde paleontoloog dacht er anders over (toch straf dat die ‘wetenschappers’ het niet eens zijn met elkaar…), hij geeft het ondermaatse antwoord dat ik verwachtte, waarbij sommige dieren passen in elk plaatje, maar hoe dat uit te leggen is vanuit de evolutietheorie mag Joost weten. Je kunt dan evenzeer zeggen dat sommige dieren buiten de evolutietheorie vallen en van meet af aan, zoals een loper past in meerdere deursloten, ze passen in elke omgeving. Wat een knappe voorzienigheid van de niet planmatige evolutietheorie — Een andere verklaring zoekt het in de biologische interactie tussen de levende fossielen en de predatoren. Omdat levende fossielen een lage soortenrijkdom hebben, krijgen de predatoren het moeilijk en sterven gemakkelijker uit. — Hier zet men de zaken alweer op zijn kop. Je zou eerder kunnen zeggen dat dieren met lage soortenrijkdom vlugger van het toneel verdwenen zouden moeten zijn door toedoen van hun uitgehongerde predatoren. — De levende fossielen, met hun lage snelheid van evolutie, zingen het een stuk langer uit. — Waar haal je dat? Je probeert hier iets te bewijzen aan de hand van wat bewezen moet worden. — Ook een goede verdediging tegen predatoren of andere gevaar kan voor lange overleving van de soort zorgen (zie de degenkrab en Ginkgo). — Natuurlijk zullen dieren die zich goed kunnen verdedigen minder vlug van het toneel verdwijnen, maar alle dieren kunnen zich in zekere mate verdedigen, en die goede verdediging zal zich moet aanpassen aan de veranderingen van hun predatoren. Een zeer specifiek verdedigingsmechanisme tegen een specifieke vijand wordt nutteloos als die vijand evolueert, of ook hier weer: een verdedigingsmechanisme dat goed is tegen alles? — Tenslotte kan het zo zijn dat het organisme zelf niet in staat is om te evolueren tot veel verschillende vormen. Dit is bijvoorbeeld voorgesteld voor nautilussen die hun uitwendige schaal waarschijnlijk nagenoeg niet veranderden omdat dit ten koste zou gaan van hun zwemcapaciteiten. — Alweer: ‘het kan zo zijn’, en wat een uitleg die een loopje neemt de onbegrensde mogelijkheden van de evolutietheorie: wij mensen zijn onplanmatig geëvolueerd uit de eerste levende cel (ontstaan uit de abiogenese fabel), maar nautilussen botsen in hun ‘huisvesting’ op een evolutionistisch en onoverkomelijk probleem; komaan zeg, stop toch dat gezever dat rammelt aan alle kanten. — Het is niet onmogelijk om nog meer levende fossielen te vinden. In 2006 werd bijvoorbeeld nog een garnaalachtige gevonden bij Nieuw-Caledonië waarvan gedacht werd dat die al 60 miljoen jaar geleden was uitgestorven. Wie vindt de volgende? — Ja, dat zou fijn zijn, maar wie vindt een te overdenken antwoord op mijn vraag?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: