Evolutie versus kansberekening

Om te beginnen hebben we de abiogenese, waarbij volgens wetenschappers in een plas water DNA moet zijn gevormd. Eenvoudige bacteriën hebben ca 2.000.000 basenparen, de meer complexe al gauw 9 miljoen. Stel dat dit zou moeten gevormd worden in de plas, en dat alle nodige elementen aanwezig zijn (wat eigenlijk ook al onmogelijk is, want het Uray-Miller experiment vormde enkel een paar aminozuren, één van de 20 die noodzakelijk zijn om eiwitten te vormen; nucleobasen werden niet gevormd, laat staan nucleotiden – maar dit laten we buiten beschouwing), dan moet het DNA in de correcte sequentie gevormd worden, anders zal het geheel niet werken!

Er zijn 4 nucleotiden, met de nucleobasen adenine, thymine, guanine en cytosine, afgekort als A,T,G en C. Dit zijn de letters van het DNA. Er is dus een kans van 1/4 dat de juiste letter wordt ingebouwd. De kans dat twee letters na elkaar juist worden ingebouwd is 1/(4^2) of 1/16. En zo voort. Maar om alles in de juiste volgorde te krijgen, dan is de kans daartoe 1/(4^2.000.000), en dat is een zodanig klein getal dat de kans gewoon neerkomt op zo goed als nul.

Als men dan rekening houdt dat een bacterie 2.000.000 basenparen heeft en een mens 3.000.000.000, dan is er, als men evolutie veronderstelt, een vermeerdering geweest van 2,8 miljard nucleotiden via willekeurige (insertie-)mutaties. De kans dat een insertiemutatie gebeurt is 1/3. De kans dat die nucleotiden erbij komen via insertiemutaties, in de juiste volgorde is 1/(4^2.800.000.000) x 1/3 = 1/(12^2.800.000.000), of verwoord: één gedeeld door 12 tot de 2,8 miljardste macht, of 1 gedeeld door 12x12x12x12… en zo 2,8 miljard keer; en dat getal is NOG vele, vele malen kleiner dan de kans dat men het correcte DNA krijgt voor de vorming van een bacterie. Een rekenmachine kan dit getal niet weergeven, omdat het zo ontzettend klein is, en geeft gewoon: ERROR of FOUTMELDING. In de les wiskunde zou men dan ook noteren: 1/(12^2.800.000.000) ≈ 0.

Om u een idee te geven: 1/(12^2800) = 1/5,099 x 10^3021 of 1/(509900000000000000000000 met daarachter nog 3000 nullen). De kans dat 2800 nucleotiden op hun plaats komen door willekeurige mutatie is reeds enorm klein, laat staan 2,8 miljard nucleotiden.

Bovenstaande berekening is een grove en eenvoudige weergave. We hebben uiteraard geen rekening gehouden met het feit dat er meerdere codons (reeks van 3 letters) mogelijk zijn voor hetzelfde aminozuur. Er zijn 20 aminozuren, en per aminozuur zijn er soms meerdere codons mogelijk, en je hebt ook start- en stopcodons. Daarom zal de kans dat een codon voor een bepaald aminozuur wordt gevormd vaak ietsje groter zijn dan 1/(12^3) of 1/1728. Maar dat doet geen afbreuk aan ons punt: het eindresultaat blijft hetzelfde: een onvoorstelbaar kleine kans dat alles in de juiste volgorde muteert of “evolueert.” Uw rekenmachine zal nog steeds ‘ERROR’ weergeven.

De groentevariëteiten in uw tuin echter, ontstaan niet door willekeurige mutaties, maar door recombinatie van bestaande genen, en het aan- en uitschakelen van genen! Dit is micro-evolutie, maar leidt in geen geval tot het ontstaan van nieuwe soorten. Een kool uit sla? Een perenboom uit een appel? Neen.

De kans dat evolutie dus plaatsgrijpt via willekeurige mutatie is zo gigantisch klein, dat het verwaarloosbaar is, en dat evolutie gewoonweg niet kan plaatsvinden. De kans is oneindig klein, en de tijdsduur oneindig groot. Met 4,6 miljard jaar komt u nergens! De kans dat u heel uw leven lang, ieder jaar de lotto wint (als u meespeelt natuurlijk) is vele malen groter dan dat er evolutie zou hebben plaatsgehad.