Wat zei Darwin?

Wat velen niet weten, is dat Darwin in zijn boek “On the Origin of Species” enkele hoofdstukken heeft gewijd aan mogelijke fouten en elementen die zijn theorie zouden kunnen doen wankelen. Op een gegeven moment suggereert Darwin in hoofdstuk 5 zelfs het bestaan van een Schepper die evolutie zou sturen, omdat bepaalde organen, zoals het oog, zo complex zijn dat er meer nodig is dan gewoon “natuurlijke selectie” om zo’n complexiteit te bereiken. Het is dan ook weinigen bekend dat Darwin ooit christen en vervolgens een agnost was, en geen atheïst.

Darwin schrijft in zijn “On the Origin of Species” in hoofdstuk IX over het probleem van het ontbrekend fossiel bewijs:

Er is nog één, en wel een veel groter bezwaar. Ik bedoel de wijze waarop vele soorten van dezelfde groep plotseling in de oudste bekende fossielenvoerende lagen tevoorschijn komen. De meeste redenen, die mij overtuigd hebben dat alle bestaande soorten van dezelfde groep afkomstig zijn van één stamvader, zijn met bijna dezelfde kracht op de oudste soorten van toepassing. Zo kan ik, bijvoorbeeld, niet twijfelen dat alle silurische trilobieten afstammen van een schaaldier, dat lang voor het silurische tijdperk geleefd moet hebben, en dat waarschijnlijk grotendeels van enig bekend dier verschilde. Enkele der oudste silurische dieren, zoals de Nautilus, de Lingula en anderen verschillen niet veel van de levende soorten, en volgens mijn leer kan het niet verondersteld worden, dat die oude soorten de stamsoorten waren van alle soorten van de orde waartoe zij behoren, want zij vertonen geen kenmerken die min of meer het midden houden tussen de bestaande en de ouderen. Indien zij bovendien de stamouders van die orden geweest waren, zouden zij bijna zeker reeds lang geleden door haar talrijke en verbeterde afstammelingen verdrongen en uitgeroeid zijn geworden. Bijgevolg, als mijn leer waar is, kan het niet betwist worden dat er, voordat de oudste silurische laag werd afgezet, lange tijdperken verlopen zijn, zo lang als, of misschien veel langer dan de gehele tijd van het silurische tijdvak tot de tegenwoordige dag; en dat gedurende die ontzaglijk lange, maar volkomen onbekende tijdperken de wereld van levende schepselen krioelde. Op de vraag waarom wij geen overblijfselen van die grote, lang vervlogen tijdperken vinden, kan ik geen voldoend antwoord geven.

Hij kan het niet uitleggen! En dan volgt Darwins meest frappante opmerking:

Tot heden moet dus deze vraag onopgelost blijven, en mag ze inderdaad gebruikt worden als een krachtig bezwaar tegen de leer die in dit boek wordt verkondigd.

En deze vraag is tot op vandaag nog steeds niet opgelost! Zelfs de voorouders van de fossielen uit de “Cambrische explosie” zijn tot op heden nog niet gevonden!

Dit is uiterst problematisch.

Lees meer in “De evolutietheorie ontkracht”!