Kleurvariatie bij dieren

Een fragment uit een naturalistisch boek over kleuren bij dieren:

We veronderstellen dat vaak dat de kleuren binnen een diersoort onveranderlijk zijn, maar dat is niet zo. Als we zeggen dat de kleur van een bepaalde soort bruin of rood is, wil dat nog niet zeggen dat alle dieren van dezelfde soort ook diezelfde kleur hebben. De kans is groter dat er in die ene soort evenveel kleurvariaties voorkomen als bij de haren van een mens.

Er leeft op het noordelijk halfrond een wilde hond die men wolf, Noord-Amerikaanse wolf, grijze wolf of rode wolf noemt. In alle gevallen gaat het om dezelfde soort. Een wolf in het arctische gebied is vaak wit, in Amerika gewoonlijk grijs, in Florida zwart, en dan hebben we niet eens alle kleuren gehad. Een wolf kan geel, bruin of rood zijn. Zelfs een grijze wolf is niet echt grijs, maar heeft witte, zwarte, grijze en bruine haren. Een wolf kan na het verharen een andere kleur krijgen. In sommige streken komen voornamelijk grijze wolven voor, maar er kunnen ook een paar zwarte, rode of witte bij zijn.

De Aziatische goudkat kent kleurfasen die rood of grijs, gevlekt of niet gevlekt kunnen zijn. Deze variaties kunnen in één nest voorkomen of na elke verharing op elkaar volgen. De serval, een Afrikaanse boskat, is gelig met een opvallend patroon van zwarte strepen en vlekken.

En nu komt het:

Soms kan het dier zijn strepen kwijtraken en er kleine vlekjes voor in de plaats krijgen. Vroeger dacht men dat dit een totaal andere soort was en men noemde hem de servaline.

Conclusie: zelfs binnen de door de wetenschap gedefinieerde ‘soort’ is heel wat variatie mogelijk, zodanig zelfs dat bepaalde varianten als andere soorten werden/worden beschouwd. Maar het onomstootbare feit dat er kruisingen kunnen gemaakt worden tussen verschillende zogenaamde ‘soorten’, bvb. leeuw en tijger (liger), ijsbeer en bruine beer (grolar beer), wolf en hond (wolfshond), paard en zebra (zorse), serval en huiskat (savanna-kat), bizon en rund (beefalo), leeuw en jaguar (jagleeuw),… toont dat deze zogenaamde ‘soorten’ geen soorten zijn, maar ‘rassen’ of ondersoorten van een soort, die perfect onderling met elkaar kunnen kruisen.

Uit: “BURTON, Jane en Maurice, De kleurrijke wereld van de dieren, Market Books bv, Baarn, 1976

Zenuwcellen uit het Perm?

Mark H. Armitage stuurde ons een foto door van een zenuwvezel, teruggevonden in een fossiel bot van Eryops, een soort amfibie dat naar verluidt leefde in het Perm, zogezegd zo’n 280 miljoen jaar geleden!

De grijze bolletjes zijn lipidendruppels (vet) die uit de zenuwvezel (epineurium) zijn gekomen, ten gevolge van de druk door het dekglaasje.

De vondst zal nog worden gepubliceerd.

VIDEO: levende fossielen: nautilus (deel 2)

In een vorige video toonde ik dat de uitgestorven Cymatoceras sp. (Madagascar, 100 Ma) en Nautilus pompilius (Indopacifische regio) eigenlijk hetzelfde zijn. Cymatoceras is NIET uitgestorven. In deze nieuwe video toon ik dezelfde stukken, maar nu doormidden gezaagd, en geef ik nog sterker bewijs dat deze hetzelfde zijn:

Trilobieten: uitgestorven? Of toch niet?

Serolina sp., aangespoeld op de Chileense kust.

Trilobieten zouden aan de “wieg van de evolutie” staan. Ze ontstonden zogezegd in het Cambrium (ruim 500 miljoen jaar geleden) en ze zouden gefloreerd hebben tot aan het eind van het Perm, zo’n 252 miljoen jaar geleden. Daarna stierven ze zogezegd volledig uit. Ze zouden dus niet meer bestaan. Maar is dat echt wel zo?

Trilobieten waren een soort mariene geleedpotigen. Een kenmerk is dat ze vele segmenten hebben en van ver een beetje lijken op onze pissebedden. Ze konden zich ook oprollen.

Er zijn zeker 20.000 soorten teruggevonden, in verschillende vormen en maten…

Maar zijn die nu werkelijk uitgestorven?

Er bestaan landpissebedden, die u ongetwijfeld ook al in uw tuin hebt gezien, maar er bestaan ook zeepissebedden en aanverwante soorten. Kijken we even naar één familie uit de orde Isopoda. Beslist u zelf: zijn ‘trilobieten’ in het geheel uitgestorven of toch niet?

Familie Serolidae: het geslacht Serolina

Serolina sp., aangespoeld op de kust van Chili. Grootte: 4 cm.

Familie Serolidae: het geslacht Serolella

Serolella bouvieri, opgevist nabij Antarctica (frontaal aanzicht)
Serolella bouvieri, opgevist nabij Antarctica (zijaanzicht)
Serolella bouvieri, opgevist nabij Antarctica (bovenaanzicht)

Het is duidelijk dat men de wereld blaasjes heeft wijsgemaakt!

De flora van de tijd van de Dino’s bestaat nog altijd: het bewijs

Klassiek worden afbeeldingen met dinosauriërs altijd getoond met varens, boomvarens, reuzenpaardenstaarten, ginkgo’s, palmvarens, coniferen en andere gelijksoortige zogezegd “primitievere” planten. Dit zou de flora “ten tijde van de dinosauriërs” geweest zijn… en die flora zou samen met de dino’s grotendeels ten onder zijn gegaan 66 miljoen jaar geleden. Naast het feit dat de overblijfselen van die dino’s geen miljoenen jaren oud zijn, doordat er zacht weefsel en origineel celmateriaal in wordt gevonden, bestaat die flora nog steeds. En ik zal u het bewijs geven.

Paardenstaarten

Bij ons kent iedereen wel de kleinere paardenstaartsoorten zoals heermoes en bospaardenstaart. Maar niet zoveel mensen weten dat hier bij ons in Europa ook de reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia) voorkomt die tot 1,80 meter hoog kan worden. Ze komt vooral voor in drassige gebieden. Elders in de wereld heb je nog veel grotere soorten. Zo heb je de zuidelijke reuzenpaardenstaart (Equisetum giganteum) die in Centraal- en Zuid-Amerika voorkomt en 2 tot 5 meter hoog kan worden. Tot slot heb je nog de Mexicaanse reuzenpaardenstaart (Equisetum myriochaetum) die eveneens in draslanden van Centraal- en Zuid-Amerika voorkomt en tot 8 meter hoog kan worden! Deze paardenstaarten vormen vaak hele bossen.

Equisetum myriochaetum, die voorkomt en Centraal- en Zuid-Amerika.

Boomvarens

Bij boomvarens heb je verschillende soorten die op aarde voorkomen. Voorbeelden zijn:

Dicksonia sellowiana, die voorkomt in regenwouden van Centraal- en Zuid-Amerika.
De Norfolk boomvaren (Cyathea brownii), die tot wel 20 meter hoog kan worden.

Ginkgo’s

Daar bestonden in de tijd van de dinosauriërs zogezegd zeer veel (zogezegd nu uitgestorven) soorten van, met diverse bladvormen. De enig vandaag bestaande soort is de Japanse notenboom (Ginkgo biloba):

Ginkgo biloba

Kijken we echter even naar de enorme mogelijke variatie in bladvorm bij Ginkgo biloba:

Variant met een diepe inkeping in het midden en twee inkepingen in de twee lobben.
Variant met bladeren zonder lobben.
Variant met bladeren met twee lobben, zonder diepe inkeping in de twee lobben.
Dit fossiel wordt dan toegekend aan ‘+Ginkgo dissecta‘, terwijl Ginkgo biloba evenzeer deze bladeren kan produceren!

Palmvarens

Dit is nog zo’n groep planten die vooral zou geleefd hebben ten tijde van de dinosauriërs. Er zouden heel veel “uitgestorven soorten” bestaan. Palmvarens komen vandaag echter nog steeds voor in alle grote tropische regio’s in de wereld, inclusief Afrika, Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië en noem maar op. Er bestaan vandaag honderden soorten. Sommigen kunnen meer dan 1000 jaar oud worden.

Cycaspalm (Cycas revoluta)

Coniferen

Hier hoeven we geen tekeningetje bij te maken. Onder coniferen kennen we alle klassieke naaldbomen, zoals cypressen, dennen, sparren, zilversparren, sequoia’s, watercypressen (Metasequoia) enz… Nog allemaal te vinden vandaag.

Zwarte den (Pinus nigra)

Varens

Bij varens idem: dit zijn zogezegd “primitieve” planten; er bestaan vandaag nog steeds duizenden soorten wereldwijd, van in de tropen tot in de gematigde gebieden zoals bij ons.

Dubbelloof (Blechnum spicant)

De flora van de “tijd van de dino’s” bestaat nog altijd. En die dino’s leefden dan ook zo lang geleden niet…

Film lezing: Lucy of Adam? Een kritische blik op het fossiel bewijs voor menselijke evolutie (update)

Omdat de lezing voor sommigen niet goed verstaanbaar was wegens geen al te goede audio, werd de lezing opnieuw opgenomen:

Vimeo:

VIDEO: Evolutie of Schepping – 2: De Venusvliegenval

Kan een venusvliegenval geëvolueerd zijn uit een niet-vleesetende plant door middel van een reeks willekeurige toevalsmutaties in het blad van een plant?

Kunstwerkjes

Een kunstenaar van een kunstwerk geven we vaak de eer die hem toekomt. De kunstenaar ontvangt prijzen, krijgt geld voor zijn kunstwerk; zijn kunstwerk wordt bewonderd in een museum… En de kunstenaar is in zijn nopjes…

Zouden we dan geen zelfde eer geven voor de Kunstenaar van de kunstwerken die we in de natuur vinden? Zijn kunstwerken worden in musea tentoongesteld en bewonderd, maar niemand die de Kunstenaar eert… “Het is allemaal puur toevallig ontstaan en geëvolueerd uit het niks!” Het heelal? Toch maar puur toevallig ontstaan uit ‘niets’?

VIDEO: Tijd om eens stil te staan bij uw leven

De maatschappij staat stil, maar het is goed voor de mensen om ook eens stil te staan bij hun leven.

Bekijk de video: