Charles Darwin had het mis

In de plantenwereld heb je mossen, varens, coniferen, loofbomen, kruidachtige planten, enz. Al deze planten halen hun nutriënten uit de bodem (met uitzondering van bvb. parasiterende planten), en doen aan fotosynthese. Er zijn slechts een handvol plantensoorten die vleesetend zijn (bvb. bekerplanten, zonnedauw en de venusvliegenval). Vooral de venusvliegenval (Dionaea) is één die eruit springt. Dit héél bijzonder plantje (waarvan ik ook een exemplaar heb) is één van dé voorbeelden bij uitstek van organismen die onmogelijk ‘stapsgewijs’ kunnen “geëvolueerd” zijn. Het zit zo complex en prachtig in elkaar, dat ieder weldenkend mens inziet dat dit MOET ontworpen geweest zijn: langzame evolutie van een niet-vleesetende plant naar een venusvliegenval kan zelfs in geen miljard jaar.

Van wikipedia:
De venusvliegenval is een plant die bij aanraking zijn ingewikkeld geconstrueerde vangblad kan dichtvouwen om insecten, vooral vliegen en mieren, en spinnen te vangen. Het vangmechanisme is een van de snelst bekende bewegingen in het plantenrijk met een duur tot 100 milliseconden.
Lees Meer
Een veel aangehaald zogenaamd bewijs voor evolutie is wel de evolutie van het paard. Daar zouden alle overgangsvormen van gevonden zijn, overeenkomstig de geologische tijdsvakken (Eoceen tot nu).
Dit is een oude prent, waarbij de schedels én de poten getoond worden:

De skeletten werden echter niet boven elkaar gevonden op dezelfde locatie (zoals het diagram toont), maar her en der verspreid over heel VS, in lagen die vaak aan de oppervlakte lagen (en dan gedateerd werden). Eohippus (origineel Hyracotherium) werd gevonden in Colorado, en gedateerd in het Eoceen. De eerste schedel werd zelfs gevonden in de streek van Londen (Europa!)

Dit dier lijkt uiteraard in de verste verte niet op een paard. De schedel (bouw en het gebit), en eigenlijk de hele bouw van het dier is compleet anders. Het dier was ook zéér klein: de schouderhoogte was niet hoger dan 30 cm!
Lees Meer
De meeste schelpen die men op het strand kan vinden zijn afkomstig van weekdieren (slakken, tweekleppigen, inktvisachtigen,…). Maar er zijn nog organismen die een schelp aanmaken, bestaande uit precies hetzelfde materiaal, en dus cellen hebben die zo’n schelp kunnen aanmaken, zonder dat die ook maar enigszins verwant zijn aan weekdieren, en welke dus een EXTRA probleem vormen voor de evolutietheorie.
Lees Meer
Onlangs was ik weer op vakantie aan de Opaalkust in Noord-Frankrijk, meer bepaald Sangatte en Cap-Blanc-Nez. Als ik daar ben, kan ik het uiteraard niet nalaten om weer op ‘onderzoek’ te gaan. In Sangatte was ik in staat om schelpmateriaal te vinden in de “Pleistocene” leem (in werkelijkheid meer kalkmodder), en in Cap-Blanc-Nez vond ik een aantal complete exemplaren van een brachiopode die vandaag nog bestaat.
Lees Meer
Wie dacht dat stalactieten en stalagmieten duizenden zoniet miljoenen jaren nodig hebben om te vormen, of dat resten van afgestorven levensvormen miljoenen jaren nodig hebben om te verstenen, gaat best eens naar Yorkshire. Daar hebben ze een beroemde ‘verstenende bron’. Objecten die onder die bron worden gehangen, onder het neersijpelende water, verstenen reeds in enkele maanden tijd!
Lees Meer
“Als (bio)chemicus werd ik het meest sceptisch over het Darwinisme toen ik geconfronteerd werd met de extreme ingewikkeldheid van de genetische code en de vele intelligente strategieën om de informatie te coderen, decoderen en beschermen, zoals de U x T en ribose x desoxyribose uitwisselingen voor het DNA/RNA paar en de vertaling van de 4-base taal [nucleotiden] naar de 20AA [aminozuren] taal van het leven die absoluut afhankelijk is van een verscheidenheid aan exquise moleculaire machines gemaakt door de producten van een dergelijke vertaling [machines – eiwitten waarvan de info op het DNA staat] die een kip-en-ei dilemma vormt dat de evolutie geen enkele kans geeft om te beantwoorden.”
Dr. Marcos Eberlin, lid van de Brazilian Academy of Sciences, stichter van de Thomson Mass Spectrometry Laboratory.
Bron: Dissent From Darwin
Drie jaar na het verschijnen van de geheel herziene en uitgebreide editie (2020), begon het te kriebelen om het boek nog wat meer uit te breiden. Vooral het zogenaamde bewijs voor de evolutie van het paard werd nog niet besproken; dit is nu toegevoegd aan het boek (en zeer makkelijk onderuit gehaald). Ook werd bvb. bij ‘biologisch bewijs’ het ‘biologisch geïnspireerd ontwerp’ aangesneden. Ook de appendix is uitgebreid, en de lijst met ‘levende fossielen’ is uitgebreid. Het boek is nu 314 blz. dik (ipv. 248). Met andere woorden: het boek is ‘vollediger’ geworden.
Ik heb nu gekozen voor een hardcover (omdat het nu haalbaar is qua prijs, in tegenstelling tot in 2018); dat was altijd al mijn droom geweest. Daardoor is de prijs wel ietsje duurder. Maar nog altijd goedkoper dan andere boeken over dat onderwerp (het boek over evolutie van een prof van de UGent, paperback zelfde formaat en 300 blz, niet in kleur, kost bijna 30 euro).
Het resultaat mag er zijn:


Ik opteer om misschien binnenkort mijn tentoonstelling of expositie omtrent evolutie op te zetten op diverse locaties (in België). Op die manier is er eens voor de geïnteresseerden mogelijkheid de didactische expositie met eigen ogen te bezien, elkaar te ontmoeten, te babbelen, en evt folders mee te nemen of een boek te kopen.

Wie interesse heeft om de expositie naar eigen dorp of stad te brengen en een geschikte locatie weet, en geïnteresseerden weet, geef gerust een seintje.

Vorig jaar had ik de kans een vruchtje op te rapen van een ginkgo (‘Ginkgo biloba’) in een publieke tuin. Het zaad, dat wat lijkt op een pistachenoot, had ik geplant (na de noot wat gekraakt te hebben, zodat het beter kon kiemen) en op een warme plek gezet. Nu begint het te kiemen.
Naast het feit dat het als ‘levend fossiel’ wordt beschouwd (resten van gingko kan men vinden in zeer veel aardlagen), heeft de boom zeer unieke eigenschappen.

De meeste mensen zijn wel bekend met de ‘Burgess Shale’, een laag in de bergen in het Yoho National Park in Britisch Columbia, Canada. Die laag ligt op een hoogte van ca. 2 kilometer en wordt gedateerd in het Cambrium, zo’n 600 miljoen jaar geleden. De meestal bizar uitziende organismen die daarin worden gevonden, worden bestempeld als de eerste complexere levensvormen op aarde.


Dit is een voorstelling van een aantal van die levensvormen:

Het gaat voornamelijk om geleedpotigen, sponzen, kwallen, wormen, brachiopoden etc.
Maar waar kunnen we dit soort zaken heden nog steeds terugvinden? In de diepzee… Kijk maar even:
Lees Meer